Willem Stephanus van Ryneveld se Aanmerkingen over de Verbetering
van het Vee aan de Kaap de Goede Hoop, 1804
|
|
Uitgegee
en toegelig deur H.B. Thom. With an English
translation by I.M. Murray and J.L.M. Franken. |
|
This
volume touches on one of the most important aspects of South African economic
history before the discovery of diamonds and gold. It is an early study of
the livestock industry at the |
|
|
1.) Zal ik myne
gedagten opgeeven over de
introduetie der Spaansehe of Wol-geevende Schapen in deze Kolonie, en vooral over de noodzakelykheid dat het Gouvernement hier in onverwyld kragtdaadige maatregelen neeme. En ik
zal ‘er tevens byvoegen, waar in, zo als het my ten minsten voorkomt, deze
kragtdaadige maatregelen zouden dienen te bestaan. 2.) Zal ik tragten aan te toonen de nuttigheid en
zelfs de noodzakelykheid al meede, dat de in deze Kolonie reeds begonne
verandering van hèt Rundvee, in het zogenaamde bastaard Vaderlandsche soort,
verder van wegens het Gouvernement worde voortgezet en aangemoedigd. Het 1 ste poinct betreffende, zal men zeer weinig
nodig hebben ter overtuiging van het groot onderscheid, welk ‘er gelegen is
in de qualiteit der Schapen van
deze Kolonie met de zogenaamde bastaard
Spaansche Schapen.) Trouwens! de
eerste geeven geen Wol, en worden enkel voor de Slagtbank voortgeteelt — de laatste daarentegen geeven Wol van eene zeer goede qualiteit. Dit onderscheid
alléén en op zig zelve in de qualiteit
dier Sehapen is van zu1k een uitneemend belang voor het
toekomend geluk van deze Kolonie, dat men geene |
1. I
shall submit my ideas about the introduction of Spanish or wool-producing
sheep into this Colony, and especially about the necessity for the Government
to adopt efficacious measures in this matter without delay. And at the same
time I shall explain what form these adequate measures should take, at least
as it appears to me. 2. I
shall try to show the utility and even the necessity for the Government to
further and encourage the process, which has already begun in this Colony, of
changing the cattle into the so-called cross-bred Dutch variety. Concerning
the first point it will be easy to convince anyone of the great
difference in the quality of the sheep of this ‘Colony as compared with the
so-called cross-bred Spanish sheep. Apart
from other considerations the former do not yield wool and are only raised for
slaughter purposes, whilst the latter on the contrary yield wool of very good
quality. This difference, solely in the quality of these sheep, is in itself of such great importance for the future |