M.D. Teenstra
De Vruchten Mijner Werkzaamheden, Gedurende Mijne Reize Over de Kaap de Goede Hoop, Naar Java En Terug, Over St Helena, Naar de Nederlanden, 1830
|

|
Uitgegee en toegelig
deur F.C.L. Bosman
Met taalkundige
beskouing deur prof. dr. J.L.M. Franken
With a summary in English
by P.J. Smuts
Cape Town
|
|
M.D. Teenstra was a Dutch
gentleman-farmer, who visited the Cape in
1825. During the course of his stay he went for a cure at the Caledon baths, and visited Genadendal and Cape Agulhas,
returning to Cape Town
via Franschhoek and Stellenbosch.
His observations are acute and full and he made good use of statistics and
other official information available to him. His editor considers him one of
the finest writers on the Cape of that
period.
Franschhoek Pass
|

|
Het water heeft
eene helder blaauwe kleur, en is niet onsmakelijk, om te drinken. Men zit er gewoonlijk (de eene mensch is sterker, dan de andere) 10 tot 15 minuten in; sommigen kunnen het een
half uur in hetzelve uithouden. Terwijl men in het water zit, dat aan de lippen toe staat, laat men het ook over dezelve
komen; men drinkt alsdan gewoonlijk een klein bierglas
vol van dit warm water, zoo
als het uit
de kraan komt, hetwelk, behalve eene goede spijsvertering,
het zweten bevordert. Velen gebruiken ook in het badwater eene
menigte kruiden van verschillende soorten, eenigen met roode bloemen, en eene zekere plant, hier kruidje roer mij
niet genaamd, die alsdan in het bad aftrekken; dat voor zeer heilzaam
wordt gehouden. Echter waarschuw ik alle badgasten,
om, alleen zijnde, het bad niet te gebruiken:
in het water gezeten zijnde, loopt het
bloed uit het hart en de verdere inwendige deelen naar de oppervlakte des ligchaams: de snelheid van den pols en het kloppen
van het hart nemen van oogenblik tot oogenblik toe, en na verloop van 10 minuten gevoelt men reeds een voorgevoel van flaauwte; dat maakt
het alleen zijn zeer gevaarlijk,
zelfs zouden er reeds brongasten in deze groef, door alleen in dezelve te gaan,
verdronken zijn. Nadat men het
badwater heeft laten uitloopen, blijft er eene
menigte geelachtig gruis onder, in en op de trappen liggen, even als ijzerroest, waarvoor ik het ook
gehouden heb; ook ziet men hetzelve
onder in een bezonken glas met water liggen, zoodat men dit zoo wel in- als uitwendig gebruikt.
Wie weet, vriend! of ik,
nu eenmaal hersteld zijnde, niet zoo hard worde als ijzer en staal,
en alle fatigues doorstaan kan.
Maar ach! waartoe deze boert? had
ik mijne vorige gezondheid slechts weder. De eerste week nu, die ik bier doorbragt, was zeer vervelend, het was een regt
kloosterleven. Ver van de wereld
afgeseheiden, leefde ik hier steeds geheel operation mij zelven; want A r e n d was zelden bij mij
in de kamer. Zag ik het oosterglas
van den gang uit, dan had ik eene nietsbeteekenende
witte grafnaald
voor mij, waaronder de vrouw van Ha s s n e r (reeds vroeger genoemd) in 1817 begraven werd. Een weinig
meer noordwaarts is een gedenkteeken van eene andere aldaar
begravene vrouw. Uit het glas
mijner kamer zag ik, over een
met bloeijende heesters en bloemen begroeiden heuvel, (niettegenstaande het nu in het
najaar was,) op eene klipachtige hooge bergketen, wier hooge, naakte kruinen
met mos en ander groen bewassen zijn, waarboven de grijze klipsteen zich eenige bonderd voeten verheft, en een somber gezigt oplevert. Voor dit glas had ik
nacht en dag het eentoonig geruisch
van het afgeleid wordende badwater, dat nu, terwijl
er geene badgasten waren, nimmer stllstond, dan aIleen
voor mij zelven. Ten zuiden stuit het gezigt
op eene bergketen, aan gene zijde der vlakte gelegen. S p a r m a n zegt: ,,de vlakte, die door eene reeks naakte rotsen, "rotsen, die eene onaangename, sombere en droevige vertooning maken, aan den zeekant ingesloten wordt enz. Ja, alles was bier waarlijk somber en droevig. 1k hoorde of zag in de eerste dagen bijna
geen mensch, dan A r e n d, mijnen sprakeloozen bediende. Deze stille en vervelende dagen, waarin mij het
bezoek van dezen of genen zoo aangenaam zoude zijn geweest,
werden bovendien nog door slapelooze nachten verlengd. Mijne medegevoerde boeken, waarin ik nacht en dag
las, waren in weinig dagen doorgelezen.
Daar zat ik nu in het stille
gebouw, waarin anders bij sommige
gelegenheden door de veelheid
der badgasten, (eene zieke