The early
Described in the writings of Olfert Dapper [1688],
William Ten Rhyne [1686] and Johannes Guilielmus de Grevenbroek [1695]
|
|
Texts include: O Dapper, Kaffrarie, of Lant der
Hottentots W.
Ten Rhyne, Schediasma de Promontorio
Bonae Spei J.G. De Grevenbroek, Gentis Hottentotten Nuncupatae Descriptio Translations into English
by Edited by I Schapera. 'Old |
|
Most early travellers to
the 'How the Hottentots treat new-born babes' [After Kolb] |
|
|
Na het befrijven
van al deze vrolijkheden,
wierden d’oversten met
rode kralen, kopere stokken, en platen, en elk daer
en boven met een rolletje tabak beschonken; maer de gemene Hottentots moesten zich met het voorzelde onthael vernoegt houden: waer op zy alle gezamentliik,
na dat een parthye dien
nacht in het Fort geslapen had, weder vertrokken, uitgezeit, de voornoemde Herry, die noch drie of vier daegen daer
verbleef. De zelve Herry spreekt mede
een weinigh Engelsch, geleert door het verkeren met d’Engelschen in Bantam
in Indiën, daer d’Engelschen een vastlghelt hebben, derwaerts hy van de kaep met een Engelsch schip over gevaren was; maer komende naderhant met een schip weer
aen de kaep, begaf hy zich
weder onder zijn yolk. COCHOQUAS OF SALDANHARS. De Kochoquas of Saldanhars, alzo by d’onzen genoemt, om dat zlch
altijts meest ontrent en in de dalen van de Saldanhabay hebben onthouden, gelegen achtien mijlen Noord-westwaerts van de kaep, leggen in vijf of zestlen negeryen verdeilt, elk ontrent een vierendeel uurs van elkandre, en bewonen met hun alien ontrent vler hondert, of vier hondert en vijftigh huizen. Ieder
negerye bestaet uit dertig, zes-en-dertig, veertig en vijftig huizen, meer en
minder, alle in ‘t ronde gezet, en een weinlg van eikandre, daer binnen,
versta binnen ieder negerye, de Saldanhars
hun vee in bewarlngh stellen. Zy bezitten een groote menlghte van schone beesten, wel over de hondert duizent, en ontrent twee hondert duizent schapen, die geen wol, maer
langachtigh gekleurt hair
op ‘t lijf hebben. Al de Kochoquas, of Saldanhars, staen onder eenen overste of koning, met den tijtel van Koehque, dat gezelt is, een koning van ‘t Hottentots geslacht, die op ontrent vijftigh mijlen van de kaep wonen, als de Gorachouquas, of Tabaks-dieven, desgelijx de Goringhaiquas of Kaepmans, |
After the conclusion of all these festivities, the
chiefs were presented with red coral beads, copper sticks and copper plates,
and each one in addition with a roll of tobacco. But the common Hottentots
had to remain content with the entertainment just described. Then, after some
had slept for the night in the Fort, they all again went away together,
except for the above-named Harry, who remained there for another three or
four days. This Harry also speaks a little English, which he learned through
intercourse with the English at Bantam in C0CHOQUAS OR SALDANHARS. The Kochoquas are called Saldanhars by our countrymen, because they have always
dwelt mostly near and In the valleys of All the Kochoquas or Saldanhars are under a chief or king with the title of koehque, which means a king of the nation of Hottentots living up to within about fifty miles from the Cape, such as the Gorachouquas or Tobacco Thieves, together with the Goringhaiquas or Capemen, |